Dutch Reading Practice

Level: A1–B1 • Estimated study: 20–30 min •

Short, graded passages with toggled English translations, key vocabulary, and comprehension questions. Read in Dutch first—then reveal and check.

Overview & how to use

1) Skim in Dutch
Read once without translating. Guess meaning from context.
2) Reveal & check
Use Show translation to confirm key ideas and vocab.
3) Read aloud
Shadow the text for rhythm and linking; answer the questions.
Tip: Keep a mini list of 5–7 new words max. Review them tomorrow.

A1 — Bij de bakker

Topic: food & shopping

Op zaterdagochtend ga ik naar de bakker op de hoek. Er staat een korte rij. “Goedemorgen,” zegt de bakker. “Wat mag het zijn?” “Twee bruine broodjes en één appelflap, alstublieft.” Ik betaal met pin en krijg een bon. Buiten ruikt het naar verse koffie.

Comprehension

  1. Wanneer gaat de spreker naar de bakker?
  2. Hoeveel broodjes koopt hij/zij?
  3. Waarmee betaalt hij/zij?
Show answers

1) Op zaterdagochtend • 2) Twee (en een appelflap) • 3) Met pin (per kaart)

Key vocabulary

de bakker — bakery/baker
de rij — line/queue
het broodje — roll
de appelflap — apple turnover
pinnen — pay by card
de bon — receipt

A2 — Een regenachtige dag

Topic: weather & plans

Het regent al sinds de ochtend, dus mijn picknick in het park gaat niet door. In plaats daarvan bel ik een vriend en we spreken af in een klein café. We drinken thee, delen een stuk taart, en praten over onze vakantieplannen.

Comprehension

  1. Waarom gaat de picknick niet door?
  2. Waar spreken ze af?
  3. Wat doen ze in het café?
Show answers

1) Het regent • 2) In een klein café • 3) Thee drinken, taart delen, praten

Key vocabulary

sinds — since
gaat niet door — is cancelled
in plaats daarvan — instead
afspreken — to arrange/meet
delen — to share
plannen — plans

A2–B1 — Een nieuwe huisgenoot

Topic: housing & daily life

Volgende maand krijgt onze flat een nieuwe huisgenoot. We hebben samen regels opgesteld: schoonmaken op zondag, stilte na tien uur, en een gezamenlijke boodschappenlijst. Iedereen kookt één keer per week voor het hele huis. Dat is gezellig én goedkoop.

Comprehension

  1. Noem twee huisregels.
  2. Hoe vaak kookt iedereen?
  3. Waarom is dit systeem handig, volgens de tekst?
Show answers

1) Schoonmaken op zondag; stilte na tien; gezamenlijke boodschappenlijst • 2) Eén keer per week • 3) Het is gezellig en goedkoop

Key vocabulary

de flat — apartment (BrE: flat)
de huisgenoot — roommate/housemate
opstellen — to draw up/set
gezamenlijk — shared/joint
gezellig — cozy/pleasant togetherness

B1 — Forenzen met vertraging

Topic: travel & work

Door een seinstoring rijdt mijn trein vandaag onregelmatig. Op het perron verschijnt steeds een andere vertrektijd, waardoor veel reizigers ongerust worden. Ik stuur mijn team een bericht dat ik later kom en zoek een alternatieve route met de bus.

Comprehension

  1. Wat is het probleem op het spoor?
  2. Hoe reageren de reizigers?
  3. Wat is de oplossing van de schrijver?
Show answers

1) Een seinstoring • 2) Ze worden ongerust • 3) Team berichten en met de bus reizen

Key vocabulary

de seinstoring — signal failure
onregelmatig — irregular(ly)
het perron — platform
ongerust — anxious/concerned
alternatieve route — alternative route

More practice

Want audio? Add short recordings of each passage to shadow pronunciation and rhythm.