100 Irregular Dutch Verbs

Level: A2–B2 • Estimated study: 25–40 min •

The must-know irregulars with patterns.

What counts as irregular?

Regular (weak) verbs form the simple past with -te/-ten or -de/-den and a predictable past participle (ge-…-t/d). Irregular (strong/mixed) verbs show a vowel or consonant change in the past and/or participle, often with -en in the participle.

sprekensprak/sprakengesproken

Vowel-change patterns (handy families)

PatternInf → OVT sg/pl → VTTExamples
ij → ee → e(n) schrijven → schreef/schreven → geschreven blijven, rijden, kij‍ken, snijden
i → a → o(n) vinden → vond/vonden → gevonden zitten, winnen, drinken, zingen
e → a → o(n) nemen → nam/namen → genomen geven (gaf/gegeven), lezen (las/gelezen)
ie → oo → o(n) kiezen → koos/kozen → gekozen vriezen, schieten
a → oe/oo → a/aa (mixed) houden → hield/hielden → gehouden lopen (liep/gelopen), laten (liet/gelaten)
cht cluster denken → dacht/dachten → gedacht brengen → bracht/gebracht, zoeken → zocht/gezocht
Patterns help, but memorize principal parts for high-frequency verbs.

Top irregulars — quick table

Principal parts (infinitive → OVT sg/pl → participle) + usual auxiliary.

DutchOVT (sg/pl)ParticipleAuxMeaning
zijnwas / warengeweestzijnto be
hebbenhad / haddengehadhebbento have
gaanging / gingengegaanzijnto go
komenkwam / kwamengekomenzijnto come
blijvenbleef / blevengeblevenzijnto stay
wordenwerd / werdengewordenzijnto become
zienzag / zagengezienhebbento see
doendeed / dedengedaanhebbento do
gevengaf / gavengegevenhebbento give
nemennam / namengenomenhebbento take
vindenvond / vondengevondenhebbento find
denkendacht / dachtengedachthebbento think
brengenbracht / brachtengebrachthebbento bring
kopenkocht / kochtengekochthebbento buy
zoekenzocht / zochtengezochthebbento search
sprekensprak / sprakengesprokenhebbento speak
schrijvenschreef / schrevengeschrevenhebbento write
lezenlas / lazengelezenhebbento read
rijdenreed / redengeredenhebben/ zijnto drive/ride
zwemmenzwom / zwommengezwommenhebben/ zijnto swim
beginnenbegon / begonnenbegonnenzijnto begin
biedenbood / bodengebodenhebbento offer
kiezenkoos / kozengekozenhebbento choose
verliezenverloor / verlorenverlorenhebben/ zijnto lose
vergetenvergat / vergatenvergetenhebben/ zijnto forget
begrijpenbegreep / begrepenbegrepenhebbento understand
krijgenkreeg / kregengekregenhebbento get/receive
latenliet / lietengelatenhebbento let/leave
lopenliep / liepengelopenhebben/ zijnto walk/run
sluitensloot / slotengeslotenhebbento close
dragendroeg / droegengedragenhebbento wear/carry
trekkentrok / trokkengetrokkenhebben/ zijnto pull/move
hangenhing / hingengehangenhebbento hang
winnenwon / wonnengewonnenhebbento win
zittenzat / zatengezetenhebbento sit
liggenlag / lagengelegenhebbento lie (recline)
staanstond / stondengestaanhebbento stand
helpenhielp / hielpengeholpenhebbento help
vallenviel / vielengevallenzijnto fall
stervenstierf / stiervengestorvenzijnto die
houdenhield / hieldengehoudenhebbento hold/like
bindenbond / bondengebondenhebbento tie
brekenbrak / brakengebrokenhebben/ zijnto break
etenat / atengegetenhebbento eat
drinkendronk / dronkengedronkenhebbento drink
slapensliep / sliepengeslapenhebbento sleep
schietenschoot / schotengeschotenhebbento shoot
vriezenvroor / vrorengevrorenhebbento freeze
kijkenkeek / kekengekekenhebbento look/watch
varenvoer / voerengevarenhebben/ zijnto sail
genietengenoot / genotengenotenhebbento enjoy
verkopenverkocht / verkochtenverkochthebbento sell
Modals: kunnen (kon/konden, gekund), mogen (mocht/mochten, gemogen), moeten (moest/moesten, gemoeten), willen (wilde/wilden; wou/wouden informal; gewild). zullen has no common participle in modern usage.

Auxiliaries: hebben vs zijn

  • zijn for motion/change without a direct object: Hij is gegaan, Ze is gevallen, We zijn gebleven.
  • hebben everywhere else: Ik heb gelezen, We hebben geschreven.
  • Duals (meaning decides): We hebben gereden (drove a car) vs We zijn naar Utrecht gereden (movement).

Prefixes & the ge- rule

Inseparable prefixes

No ge- in the participle.

begrijpen → begreep → begrepen
vergeten → vergat → vergeten

(be-, ge-, her-, ont-, ver-, mis-)

Separable prefixes

ge- goes between prefix and stem.

opbellen → belde op → opgebeld
meekomen → kwam mee → meeggekomen

(aan-, op-, mee-, terug-, etc.)

Mini drills

PromptAnswer
Make perfect: gaan (wij)Wij zijn gegaan.
OVT sg of zienzag
Participle of nemengenomen
Choose aux: Ze ____ gevallenis
No ge-: participle of vergetenvergeten

More irregulars (expand)

Open list
DutchOVT (sg/pl)ParticipleAuxMeaning
biddenbad / badengebedenhebbento pray
bezoekenbezocht / bezochtenbezochthebbento visit
bewegenbewoog / bewogenbewogenhebbento move
bijtenbeet / betengebetenhebbento bite
blazenblies / bliezengeblazenhebbento blow
duikendook / dokengedokenhebben/ zijnto dive
genezengenas / genazengenezenhebben/ zijnto heal/recover
glijdengleed / gledengegledenzijnto slide
houdenhield / hieldengehoudenhebbento keep/hold
klimmenklom / klommengeklommenhebben/ zijnto climb
krimpenkromp / krompengekrompenzijnto shrink
lachenlachte / lachtengelachenhebbento laugh
metenmat / matengemetenhebbento measure
roepenriep / riepengeroepenhebbento call (out)
scheidenscheidde / scheiddengescheidenhebben/ zijnto separate/divorce
schijnenscheen / schenengeschenenhebbento shine/seem
schrikkenschrok / schrokkengeschrokkenzijnto be startled
smeltensmolt / smoltengesmoltenhebben/ zijnto melt
snijdensneed / snedengesnedenhebbento cut
stelenstal / stalengestolenhebbento steal
treffentrof / troffengetroffenhebbento hit/affect
varenvoer / voerengevarenhebben/ zijnto sail
vergelijkenvergeleek / vergelekenvergelekenhebbento compare
verliezenverloor / verlorenverlorenhebben/ zijnto lose
verslindenverslond / verslondenverslondenhebbento devour
vliegenvloog / vlogengevlogenhebben/ zijnto fly
vragenvroeg / vroegengevraagdhebbento ask
wassenwaste / wastengewassenhebbento wash
wegggaanging weg / gingen wegweggegaanzijnto leave
werpenwierp / wierpengeworpenhebbento throw
wijzenwees / wezengewezenhebbento point
zingenzong / zongengezongenhebbento sing
zinkenzonk / zonkengezonkenzijnto sink
zuipenzoop / zopengezopenhebbento booze

Tip: Add your own frequent verbs to this list as you encounter them.